Monumentnummer: 19264
Oude Groenmarkt 23 2011 HL te Haarlem

« Vorige  |  1 /  |  Volgende »

Algemeen

Monumentnummer19264
Monumentnaam
StatusBeschermd
Complexnummer
Aanwijzingsbesluit
Inschrijving register27-11-1969
Kadaster deel/nr2745/1
Int. KentekenJ

Locatie

ProvincieNoord-Holland
GemeenteHaarlem
WoonplaatsHaarlem
Buurt/wijk
SitueringOnbekend
X-Y cord103972-488371

Omschrijving

De GROTE of ST. BAVOKERK, in 1479 tot kapittelkerk verheven, in 1559 kathedrale kerk, sinds 1876 in restauratie, gebouwd ter plaatse ener 1307 vermelden en XIVc grotendeels afgebrande kerk, wier laatste delen eerst 1470 gesloopt werden (tufstenen grondslagen hiervan in 1843 gevonden), is een kruiskerk, bestaande uit: een grotendeels bergstenen schip (begonnen pl.m. 1400)met twee zijbeuken (voltooid 1483) van baksteen, met toepassing van bergsteen, waaruit de gehele westgevel opgetrokken is; een...
Lees verder

Adressen:

Hoofd-
adres
Straat Nr Toev. Postcd. Situering Locatie Woonplaats
J   Oude Groenmarkt   23      2011 HL         Haarlem  

Functies:

Hoofd-
functie
Functie-
soort
Hoofd-
categorie
Sub-
categorie
Functie Verbij-
zonder
Toelichting
J   Oorspronkelijke functie   Religieuze gebouwen   Kerk en kerkonderdeel   Kerk        

Percelen:

Kadastrale gemeente Sectie Kad. object Appartement Grondperceel
Haarlem  8979     
« Vorige  |  1 /  |  Volgende »


x
x

De GROTE of ST. BAVOKERK, in 1479 tot kapittelkerk verheven, in 1559 kathedrale kerk, sinds 1876 in restauratie, gebouwd ter plaatse ener 1307 vermelden en XIVc grotendeels afgebrande kerk, wier laatste delen eerst 1470 gesloopt werden (tufstenen grondslagen hiervan in 1843 gevonden), is een kruiskerk, bestaande uit: een grotendeels bergstenen schip (begonnen pl.m. 1400)met twee zijbeuken (voltooid 1483) van baksteen, met toepassing van bergsteen, waaruit de gehele westgevel opgetrokken is; een dwarspand (1445-XVc) doch verhoogd (de noordarm voor 1496 in bergsteen); een driezijdig gesloten koor (XVd) van bergsteen met 9/18 gesloten omgang van baksteen, voltooid in 1483; en de volgende aanbouwsels tegen schip en koor, beginnende van het Westen: aan de zuidkant a. de leprozenkapel (nu collectantenkamer); b. de geheel op de zuidbeuk geopende vondkapel (kapel De Raat, 1423-1426, XVIIa verbouwd, naar men wil door Lieven de Key, die de steunberen en de geveltop in classicistische trant behandelde); c. de H. Geestkapel (nu kamer van diakenen); d. de doopkapel met een dichtgemetselde ingang in haar zuidwand; e. een ruimte (oorspronkelijk portaal, nu predikantenkamer) met zandstenen portiek (XVd), ten Z. waarvan een wenteltrap, leidend naar een zolderruimte; f. tegen de westmuur van de zuidelijke dwarsarm de H. Grafkapel (XVc); g. tegen de zuidelijke dwarsarm een modern portaal (ter plaatse van een XVd); h. ten O. van deze arm, en geheel geopend op de kooromgang, de Brouwerskapel (XV B) met een in de zuidoosthoek ingebouwde bergplaats (v.m. archief van het Brouwersgilde); i. de sacristie der vicarissen (XV) met een ingang in de noordwand en een wenteltrap, leidend naar een erboven gelegen vertrek en naar de 'Librye' en, hoger op, naar de omgang boven langs het koor;

j. de vergaderkamer van kerkvoogden (XVIIb); k. de grote sacristie (1428), waarboven de "Librye" (Kerkvoogden archief); l. ten Z. hiervan de kosterswoning (ten dele XV); m. ten ZO. van de koorsluiting een gebouw (1659, door Salomon de Bray in gotiserende trant hersteld 1903), bevattende de kerkeraadskamer en het "heerenkantoor" (voormalige vergaderzaal der kerkmeesteren) en in welks gevels zich twee gebeeldhouwde cartouches bevinden; n. tegen een zuidoostelijke sluitingswand een portaal (bovendeel later herbouwd en gewijzigd XVIb); met geprofileerde ingangen aan oost- en zuidzijde, hoekberen (vermoedelijk gewijzigd XVII), versierde borstwering en geveltop aan de noordkant; o. tegen de derde travee van het W. de Cellebroederskapel (1428, later Hondenslagerskapel genoemd), over de gehele hoogte op de noordbeuk geopend; p. ten O. van de noordelijke dwarsarm (dus tegenover de Brouwerskapel) de over de gehele hoogte op de kooromgang geopende Kerstkapel (XV B, herbouwd sinds 1557), in wier noordwand zich nog een fragment van een balustrade (XVId) met obelisk bevindt; q. ten O. hiervan de kapel der zeven weeen (XVc, sinds XVId ook kapel van Schagen geheten), waarboven een verdieping.

Traptorens: in de hoek tussen de noordelijke arm en het schip; in de hoek tussen de laatstgenoemde kapel en de kooromgang; in de westgevel naast de zuidelijke steunbeer. Op de kruising een met lood beklede, ten dele open, klokketoren (1520, door Jacob Symonsz. van Edam), ter vervanging van een stenen, sinds 1505 onder leiding van Anthonis Keldermans gebouwd, die te zwaar bleek voor de kruisingspijlers.

In de vernieuwde westgevel een dubbele ingang, waarboven een groot (XVIIIb dichtgemetseld) venster (waarin zich een door bisschop Joris van Egmond geschonken, glasschildering van 1545, naar, in het Rijksmuseum te Amsterdam bewaarde, cartons van Gerrijt Boels naar ontwerpen van Barend van Orleij bevond). De muurversterkingen van de hoge lichtbeuk hebben inkassingen, wijzend op aanvankelijk beraamde luchtbogen en stenen overwelving. De gevels van de dwarsarmen vertonen in de top nissen, de middelste waarvan aan de noordzijde een Mariabeeld (1496) bevatte (thans in de archiefkamer geborgen) en aan de zuidzijde nog een beeld van de H. Bavo (XVd) bevat. Traceringen, balustrades, pinakels en bekroningen der westelijke beren nieuw. Gesmeed ijzeren leliekruis (thans in de kooromgang geborgen).

Als bouwmeesters worden, behalve de reeds genoemde, vermeld: Godevaert de Bosscher en Steven van Afflighem (schip), en Mr Evert van Antwerpen (dwarspand).

Inwendig: in het schip zuilen met bladkapitelen, in het koor zonder kapitelen (in plaats hiervan dunne lijsten, waarboven de boogprofielen te niet lopen). In het koor een triforium, in het schip en het dwarspand borstweringen onderlangs de vensternissen. Over het koor en het schip houten stergewelven (1532-1538), gedragen door muurzuilen op kraagstenen en met kapitelen. Stenen kruisribgewelven met versierde sluitstenen over de zijbeuken (in de noordbeuk: 1483), de kooromgang, de kapellen en het oostelijk portaal; stenen stergewelf (1500, blijkens een opschrift boven de noordelijke boog) over de kruising; stenen kruisribgewelven (1891-1892) over de dwarsarmen.

In de leprozen-kapel een gotisch deurtje. In de H. Geestkapel versierde kraagstenen (engelen met Passie-werktuigen) en sluitsteen (H. Geest); gotisch deurtje; in de noordwand een kruisvormige opening naar de kerk. In de predikantenkamer gebeeldhouwde kraagstenen. In de H. Grafkapel twee gebeeldhouwde sluitstenen (Salvator en H. Geest), en dito kraagstenen; in de oostwand een nis voor het H. Graf; kruisvormige opening naar het dwarspand. In de Brouwerskapel twee gebeeldhouwde sluitstenen (St. Maarten en St. Bavo). In de sacristie der vicarissen een gotische nis (lavabo); op de verdieping een opening, uitzicht gevend in de Brouwerskapel; eiken tongewelf op gesneden koppen. In de vergaderkamer van kerkvoogden een eiken deur in omlijsting (XVIIb). In de grote sacristie gebeeldhouwde kraag- en sluitstenen; op de verdieping een gotische schouw en een tegelvloer (ten dele XVI). In de Cellebroederskapel gebeeldhouwde kraagstenen (o.a. een hondenslager) en kapiteel op de middenzuil. In de Kerstkapel een sluitsteen (1557 en wapen van Pieter van Dorp). Over de verdieping boven de kapel der zeven weeen een eiken kap met geprofileerde schinkels.

De kerk bezit: Eiken koorhek (XVIa) met gesneden panelen en koperen spijlen (1514, ten dele vernieuwd), gegoten door Jan Fyerens van Mechelen naar modellen, gesneden door Mr Steven. De bekroning over het middendeel is van 1877. Eiken koorafscheidingen met laat-gotische panelen (1536,door Damiaan Hendriks) en gesneden spijlen (XVIc). Twee koorafsluitingen (XVII).

Fragmenten van een zandstenen afsluiting (XVIc) aan de oostzijde van het koor; de bekroning hiervan bevindt zich in de doopkapel. Gesmeed ijzeren hek (1426, door Mr Geurt) voor de vontkapel. Koorgestoelte (XVIa) met twee gesneden figuren en met rustklampen ('misericordes'), ten dele vernieuwd; in de rugpanelen van vijf-en-dertig zitplaatsen geschilderde wapens (XVIc); overhuiving met gesneden kroonlijst, waarin de wapens van Haarlem en St. Bavo. Vierkante hardstenen doopkuip. Eiken preekstoel (1679, door Abr. Snellaert naar ontwerp van Erasmus den Otter) met gesneden versiering (XVIIa) boven het klankbord (1844) en een bekroning (vermoedelijk XIXb); geelkoperen leuningen (1679, door Gilles Wybrandts, naar modellen van Abr. Snellaert). Eiken preekstoel (XVIIa) in het koor. Koperen lutrijn: pelikaan, in 1498 gegoten door Jan Fyerens van Mechelen. Koperen predikantslezenaar; dito voorzangerslezenaar; dito doopbekkenhouder (XVIId). a. Hoofdorgel: orgel met Hoofdwerk, Bovenwerk, Rugwerk en vrij Pedaal, in 1738 gemaakt door Christiaan Muller. Orgelkas met versiering van J. van Luchteren met galerij en front naar ontwerp van Dan. Marot. Hieronder een marmeren allegorisch relif (1735) door J.B. Xavery. b. Koororgel: tegen noordwand een eenklaviers vroeg-18e eeuws orgel van zuidelijke factuur. In 1906 vanuit het Liefdegesticht te Breda. Eiken gestoelte (H. Geestbank, ongeveer 1500, hersteld 1880) tegen de westmuur van de zuidbeuk. Hiernaast een steen met opschrift (1553). Enige eiken regeringsbanken (XVII). Drie eiken tochtportalen, waarvan twee in 1640 naar ontwerp van Pieter Post, en een (XVIIb).

Grafmonumenten. Gebeeldhouwde cartouche (1569-1572) voor Ermgaert Coenraetsdr. tegen de zuidwestelijke kruisingspijler; dito cartouche (1607) voor Nic. van der Leurin de Brouwerskapel; epitaaf de Raet-Schuylenburch (1771); marmeren gedenkteken (1843, door Jos. Geefs te Antwerpen voor Christ. Brunings en Fred. Will. Conrad); grafteken (1806) door P.J. Gabriel te Amsterdam; gedenkteken (1831) voor Bilderdijk. Twee roodzandstenen doodkisten. Talrijke zerken, de oudste van 1479 (van Berkelrode), verschillende XVI-XVIII; zerk (1649) in koperen rand; enige zerken met koperen handvatsels (XVIIIc). In het koor de zerk van Frans Hals. Verminkte stenen groep (XVd, Christus voor Pilatus ?) in de noordelijke arm. Gipsen borstbeeld van Koning Willem I (1825, door J.F. Sigault te Amsterdam). Tapijtschilderingen (XVIa, op een: 1506) tegen de zuilen van het koor; twee schilderijen (teksten in omlijsting, resp. 1580 en 1585, deze laatste door Jacob Savrye) tegen de kruisingspijlers; schildering (XVI) in de oostelijke scheiboog van het koor aan de noordzijde; schildering (XVI) op een muurzuil in de kooromgang. Gebrandschilderde glazen: een (ongeveer 1655, afkomstig uit de Ned. Herv. Kerk in De Rijp); een (1679, door Krijn Gerritsz. Cuylenburgh, afkomstig uit de Ned. Herv. Kerk te Beverwijk, met oud en nieuw wapen van Haarlem en in de inneming van Damiate); een (1698, door Willem van Cleeff en Pieter Loover te Rotterdam, afkomstig uit de Ned. Herv. Kerk te Lisse)met het wapen van Rijnland en de wapens van Dijkgraaf, secretaris en hoogheemraden; een (1741, afkomstig uit de in 1846 afgebrande Grote Kerk te Hoorn) met afbeeldingen van ambachten; enige fragmenten (1788-1790), afkomstig uit de Ned. Herv. Kerken te Warder en te Alkmaar), met geslachtswapens.

Schilderij (XVIa, door van Mander aan Geertgen tot St. Jans toegeschreven), op paneel, voorstellende de St.Bavokerk aan de zuidzijde, met de toren van 1505. Twee koperen wandluchters (XVIa); een aantal graflantaarns (XVIIIc) met het wapen van Haarlem. Twee tekstborden (XVId) vier psalmborden (XVIc), twee opschriftborden (1573); in de kooromgang een eiken bord (1581, maar met frontons XVIIb); in de Brouwerskapel een bord (1652, door Nic.Boddingius) met namen van predikanten; een bord met vers, geschilderd 1738, en met de voorstelling (XVIIb) van een weesjongen en een weesmeisje (hierbij een geldkist); een bord (1658) met de wapens van diakenen en een vers, ondertekend D.G.(uldewagen). Zilverwerk (gedeeltelijk ook van de Bakenesser en de Nieuwe Kerk). Twee gegraveerde avondmaalsbekers (1592, door Corn.Willems Doren), met afbeelding der kerk; twee eenvoudige (blijkens de merken 1645, door G. Meynertsz Fabritius); een (1649); twee (1653, door Jan Akersloot); een (1654, door dezelfde); twee (1732, door Jacob Groeneweg); twee (1737); twee collecteschalen (1728); acht blaadjes (1737). In 1919 is in een graf een fragment van een laat-gotische zilveren paternoster gevonden. Klokken: een in 1503 gegoten door Gerijt van Wou, twee in 1667 door Petrus Hemony te Amsterdam, een in 1686 door Claude Fremy; twee (de z.g. 'Damiaantjes') gegoten in 1732 (door C.Crans ? te Amsterdam). Klokkenspel, waarvan 10 klokken gegoten door F. Hemony 1661/62. Trommelspeelwerk uit ca. 1664.

In de Librije wordt een klokje (1638) bewaard, dat vroeger bij het orgel hing. Uurwerk (1665) van J. Sprakel te Zutphen. Varia: drie scheepjes (XVII, een in 1686 vervaardigd door David Koenen), een ijzeren traliekist en een ijzeren geldkist (XVI); een ijzeren offerkist (XVI); twee ijzeren zegelstempels (1616 en 1631); in de doopkapel een wijzerklokje (1731, door Is. Hasius); staven (XIXa) der officieren van de brandweer, beschilderd met afbeeldingen der kerk.

In de sacristie der vicarissen een reeks van predikantenportretjes, waarvan twee (XIXa), getekend door J.P. Visser Bender. In de kerkeraadskamer: een schoorsteen met gebeeldhouwde zandstenen wangen (ongeveer 1600) en een ijzeren haardplaat (XVIII); enige panelen (XVII) ener betimmering; een eiken portaal, waarvan het schotwerk afkomstig is uit een huis in de Zijlstraat-hoek Nassaulaan; twee koperen wandarmen (XVII); een schilderij (XVIIc); aanbidding der herders (in de trant van A. Bloemaert); vier gesneden leeuwtjes (XVII), afkomstig van een herenbank. In het 'heerenkantoor' een schoorsteen als in het vorig vertrek, met een schilderij (XVIId, bloemstuk in de trant van G.P. Verbruggen) in een omlijsting (XVIIc); eiken betimmering (pl.m. 1650); beschilderde zoldering (XVIIc), een eiken kast (XVII B), een spiegelkast (XVIIIc), twaalf stoelen (XVIII) vier gesneden leeuwtjes (XVII, afkomstig van een herenbank); lijst met de namen der kerkvoogden (1737-1765); twee koperen wandarmen; enig tinwerk (XVII-XVIII). In de vergaderkamer van kerkvoogden: een eiken deur met omlijsting(pl.m. 1650) vier eiken kasten (XVII), zes stoelen (XVIII B); bord met de namen van regenten der diaconie (XVIId-XVIIIa).)

In de grote sacristie: een waterverftekening (1804, door H.P. Schouten), gezicht op het klokhuis uit het Westen; een dito tekening (1844), naar een schilderij van P. Saenredam, gezicht door de kerk naar het Zuiden; een in O.I. inkt gewassen pentekening (1789, door V. van der Vinne), gezicht in de kerk naar het Oosten. Waterverftekening (XVII B), gezicht in de St. Laurenskerk te Rotterdam, uit het Oosten. In de kosterij: een kruisribgewelf (over de voormalige kleine sacristie); een eiken kast (XVII); een beschilderd grafbord (1595). Aan de zuidzijde der kerk lage winkels (XVIIa, maar gemoderniseerd). De volgende schilderijen, uit de St. Bavokerk afkomstig, zijn thans in het Frans Halsmuseum: St. Lucas de H. Maagd schilderend (1532, altaarstuk der St. Lucaskapel door Maarten van Heemskerck); twee zijstukken van een drieluik (1546, door M. van Heemskerck), behoord hebbende tot het Drapeniersaltaar; de jongelingen in de gloeiende oven, altaarstuk (1575, door P. Pietersz). van het Bakkersgilde.