Actualiteit gegevens: 20-11-2020

Monumentgegevens

Monumentnummer
Het monumentnummer is een registergegeven
492703
Monumentnaam
De monumentnaam is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument
't Nijenhuis
Complexnummer: 
492353 - 't Nijenhuis
Status: 
rijksmonument
Inschrijving register
Inschrijving register is een registergegeven
19 oktober 1995
Kadaster deel/nr: 
8635/50
Internationaal Kenteken: 
Ja

Locatie

Provincie
Provincie is een registergegeven
Overijssel
Gemeente
Gemeente is een registergegeven
Olst-Wijhe
Woonplaats
Woonplaats is een registergegeven
Wijhe
X-Y coördinaat: 
211220 - 492393

Omschrijving
De rijksmonumentomschrijving is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument

HOOFDGEBOUW Kasteel het Nijenhuis: Bakstenen in verschillende bouwfasen tot stand gekomen hoofdgebouw, bestaande uit een hoofdvleugel met twee haaks naar voren springende zijvleugels. De voormalige havezathe, die geheel omgracht is, sluit aan drie zijden een rechthoekige met klinkers bestrate voorhof af. De vleugels zijn overkapt door deels met grijze en met zwart geglazuurde Oud-hollandse pannen gedekte schilddaken, met vier rechthoekige ongeprofileerde schoorstenen op de nokeinden. De linker (oost-)vleugel en de hoofdvleugel zijn gedeeltelijk opgetrokken in een helderrode baksteen, die, evenals het ter plaatse voorkomende metselwerk, op een voor 17e-eeuwse stichtingsdatum wijzen (Ter Kuile). De achter(zuid-)gevel reikt minder hoog dan de zijgevels, hoewel alle daken een gelijke nokhoogte hebben. Gezien dit verschil in hoogte is het aannemelijk, dat de linkervleugel en de hoofdvleugel niet in een bouwcampagne tot stand zijn gekomen. De achtergevel en linker zijgevel vertonen diverse bouwsporem van verschillende verbouwingen. In een archiefstuk uit 1618 vermeldt Robert van Ittersum: "het nije getimmer soo mijn i.zalige huysvrouwe ende ick in't jaer van 1618 daeraen gebouwet hebben". Waarschijnlijk kwam in dit jaar de hoofdvorm van de linker vleugel tot stand (Olde Meierink). Aan het einde van de 17e eeuw werd over de gehele breedte van de hoofdvleugel aan de voorzijde een ondiep (ca. 2.20 meter) bouwlichaam opgetrokken voor de ontsluiting van de aangrenzende vertrekken via een vestibule (beganegronds) en een gang (verdieping). Uit deze tijd dateert waarschijnlijk ook de rechter vleugel. Zowel deze uitbouw, als de rechter vleugel zijn in een kleine grauwe baksteen opgemetseld. In het midden van de uitbouw bevindt zich de naar voren springende ingangspartij, waarboven een balkon, dat vanaf de gang op de verdieping via een dubbele meerruits-deur toegankelijk is. Bij deze verbouwing werd gepoogd een zo symmetrisch mogelijke facade te ontwikkelen. Door het gebruik van de op het moment van de bouw van de rechter vleugel al ouderwetse kloostervensters, en door de wijze waarop deze geplaatst werden, liet men de rechter vleugel bij de linker aansluiten. Men ging zelfs zover de vensters op de bel-etage en verdieping half blind uit te voeren, om te maskeren dat de rechter vleugel in tegenstelling tot de linker een half verzonken soutterain kent, dat via een (onder een kloostervenster geplaatste) ingang in de zijgevel direct toegankelijk is vanaf het voorplein. De vrij diep liggende houten vensters van de uitbouw waren oorspronkelijk van getoogde bovendorpels voorzien, zo blijkt uit een afbeelding uit ca. 1860.

De eenvoudige balustrade, die de uitbouw afsluit, werd bij de laatste restauratie van het huis (1956-1957) aangebracht, en verschilt enigszins van de balustrade, die op een afbeelding van circa 1890 naar voren komt. Midden op de balustrade was toendertijd een bord aangebracht met daarop de Romeinse cijfers MCCCCXXXVIII (1438), wellicht het stichtingsjaar van het huis. Op een foto van circa 1870 is de balustrade niet te zien. Op een andere foto uit deze tijd is weer wel een balustrade te zien met een verhoogd tussengedeelte, waar thans de draperie-versiering is gesitueerd. In 1896 werd naar ontwerp van de Deventer architect Gantvoort aan de ZO- en ZW-zijde van het huis respectievelijk een achthoekige toren en vierkante paviljoen-toren gebouwd, waarvan de kappen met leien zijn gedekt. Bij deze gelegenheid werden ook de kloostervensters in de vleugels van tympaans voorzien.

De centraal in de uitbouw gelegen risaliserende ingangspartij is opgebouwd uit met groefwerk in zandsteen en gepleisterde baksteen bekleed deels geblokt lijstwerk. Het lijstwerk omgeeft een dubbele paneeldeur en halfrond bovenlicht met spaakroeden. Erboven een siersmeedijzeren balkonhek met in elkaar gevlochten vierkanten en ruiten. De balkondeur is eveneens door geblokt lijstwerk omgeven. Op de as van de ingangspartij ter hoogte van de balustrade een eenvoudige klokketoren. Als zodanig komt de bij de restauratie in 1956 en 1957 aangebrachte balustrade met klokketoren enigszins overeen met de situatie, die een foto uit omstreeks 1877 aangeeft, zij het dat er toen geen klokketoren was (Olde Meierink).

De rechter zijgevel telt in het 17e-eeuwse deel een drietal assen met kruiskozijnen op de bel-etage, en met bolkozijnen op de verdieping en kelder-niveau. Tussen de rechter zijgevel en toren een in eclectische trant gebouwd overgangslid (waarin trappenhuis). Aangrenzend een pseudo-poortgebouw (met bruggetje), dat toegang geeft aan een bakstenen bordes. In de torengevels van de zuidwestelijke toren beganegronds en op de verdieping monumentale kruiskozijnen met tympaans; de beganegrond-vensters vertonen een beglazing in glas-in- lood.

Twee zandstenen blokken in de achtergevel duiden op een oorspronkelijk hier aanwezig oud gemak (toilet). Vlak naast de achthoekige toren twee smalle laat-gotische 2-lichtvensters (16e-eeuws of ouder). Deze gevel vertoont verder een onregelmatige vensterindeling en verschijningsvorm van meerruitsvensters, aan de hand waarvan de oorspronkelijke indeling niet meer is af te lezen. Aan de linker zijde twee blindnissen. De van het huis afgekeerde zijden van de paviljoen- toren rusten op uit het water omhoogkerende dubbele rondbogen. In deze zijden beganegronds, op eerste en tweede verdieping een meerruits- schuifvenster, in hoogte per verdieping verjongend. Tegen de oostgevel van de linker vleugel drie zandstenen consoles uit het midden der 17e eeuw, die een deels bakstenen en deels houten arkel dragen. Oorspronkelijk is er waarschijnlijk een zandstenen arkel geweest, zoals er nog aan de voorgevel bij Kasteel Twickel bij Delden voorkomen (Ter Kuile). Het rechter deel van deze gevel laat diverse bouwnaden zien, die doen vermoeden, dat er aan deze zijde een aanbouw is geweest. Beganegronds en op de verdieping meerruitsvensters, waarbij aan de rechter zijde twee venstertraveeen zijn te onderscheiden.

Inwendig: in de hoofdvleugel aan de achterzijde bevinden zich een zaal en een kamer. Tegen de muur van de rechter zijvleugel een schouw. Haaks hierop de kleine eetzaal met 17e-eeuwse vlakke witgeschilderde schouw. In het zuidwestelijke kabinetje een geschilderd houten plafond met in het midden een voorstelling van putti, en in de hoeken kwartcirkelvormige vakken met grisaille. In de linker vleugel een 'blauwe kamer' met twee kabinetjes en een schouw tegen de tussenmuur. In het zuidwestelijke kabinetje een houten plafond met een helderblauwe rand en een rankenmotief, in het midden een verdiept gedeelte met acht steil opstaande spiegels om een vlakke spiegel. In de noordoostelijke hoek bevindt zich de salon, met een plafond dat door betimmerde balken in negen verdiepte vakken wordt verdeeld, waarin stucwerk uit het laatste kwart van de 17e eeuw. In de kamer tegenover de arkel een kloeke schouw uit de tweede helft van de 17e eeuw. Het aansluitende kamertje vertoont een uit negen compartimenten bestaand plafond met een schildering, die de verheerlijking van Koning-stadhouder Willem III afbeeldt. Voorts op dit niveau de zogenaamde Engeltjes-kamer met plafond voorzien van een geschilderde voorstelling met engeltjes. De rechter arm van de in de uitbouw gesitueerde vestibule is geopend naar de trap naar de verdiepingen. Deze trap heeft eiken treden en een post, waar men bij het opgaan omheendraait. Ze is voorzien van 17e-eeuws snijwerk. Bij de restauratie omstreeks 1957 kreeg de trap haar grijs gemarmerde afwerking. Op de verdieping in het vertrek boven de 'blauwe' zaal een 17e-eeuwse schouw. De kelderruimten vertonen tongewelven en troggewelven tussen houten balken.

Adressen
Straatnaam, Huisnummer, Postcode en Woonplaats zijn registergegevens

HoofdadresStraatNrToev.PostcodeSitueringLocatieWoonplaats
Ja't Nijenhuis108131 RDWijhe

Oorspronkelijke functies

HoofdfunctieFunctiesoortHoofdcategorieSubcategorieFunctieVerbijzonderToelichting
Jaoorspronkelijke functieKastelen, landhuizen en parkenKasteel, buitenplaats

Percelen
De naam van de kadastrale gemeente, de sectie en het perceelnummer zijn registergegevens

Kadastrale gemeenteSectieGrondperceelKad. objectAppartement
WijheB1499