Actualiteit gegevens: 20-11-2020

Monumentgegevens

Monumentnummer
Het monumentnummer is een registergegeven
513684
Status: 
rijksmonument
Inschrijving register
Inschrijving register is een registergegeven
13 oktober 1999
Kadaster deel/nr: 
18077/2
Internationaal Kenteken: 
Nee

Locatie

Provincie
Provincie is een registergegeven
Gelderland
Gemeente
Gemeente is een registergegeven
Oost Gelre
Woonplaats
Woonplaats is een registergegeven
Groenlo
X-Y coördinaat: 
239495 - 451311

Omschrijving
De rijksmonumentomschrijving is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument

Inleiding

KANTONGERECHT met IJZEREN HEKWERK uit 1907 naar ontwerp van de ARCHITECT W.C. METZELAAR (1848-1918), zoon van de architect J.F. Metzelaar (1818-1897). W.C. Metzelaar werd in 1883 aangesteld als tweede ingenieur-architect voor de gevangenissen en rechtsgebouwen. In die functie ontwierp Metzelaar strafgevangenissen, opvoedingsgestichten, tuchtscholen, rechtsgebouwen, huizen van bewaring en kantongerechten. Hij ontwierp 27 kantongerechtsgebouwen (Amsterdam, Arnhem, Bergen op Zoom, Delft, Den Haag, Elst, Enschede, Groenlo, Groningen, Haarlemmermeer, Harlingen, Heerlen, Helmond, Hoogeveen, Meppel, Nijmegen, Oirschot, Onderdendam, Sliedrecht, Terborg, Terneuzen, Tilburg, Utrecht, Venlo, Zaandam, Zevenbergen, Zuidbroek). In tegenstelling tot zijn vader kwam hij bij elk gebouw tot een nieuw concept. Naast functionaliteit en soberheid besteedde Metzelaar ook zorg aan de uiterlijke verschijning en trachtte hij met gebruikmaking van beperkte middelen tot een levendig geheel te komen, waarbij hij meerdere historische stijlen toepaste. Wat betreft grootte en vormgeving is er een verdeling aan te wijzen tussen de gebouwen voor de grote steden en die voor de kleinere steden. Voor Den Haag, Utrecht en Amsterdam ontwierp hij vrij monumentale Kantongerechten, voor de overige steden gebouwen van bescheidener afmetingen. Bij het kantongerecht van Harlingen (1883) past hij voor het eerst het schema toe dat in zijn volgende ontwerpen een rol zal blijven spelen. Het gebouw is opgetrokken op een min of meer rechthoekig plattegrond over twee bouwlagen onder een afgeplat schilddak. Het ontwerp wordt gekarakteriseerd door een middenrisaliet waarin de entree gesitueerd is. Het risaliet gaat over in een toren waarin twee gekoppelde, rondboogvormig afgesloten vensters die van elkaar worden gescheiden door een smalle penant. Deze opzet -maar dan zonder toren- is in grote trekken ook terug te vinden in het kantongerecht van Groenlo. Het gebouw is markant gelegen op de (als rijksmonument aangewezen) omwalling- en grachtstructuur. In die tijd was het een gebruikelijke stedebouwkundige opvatting om belangrijke openbare functies te vestigen op de wallen die hun van oorsprong verdedigende functie verloren hadden.

Aan de linkerzijde is een jongere aanbouw aanwezig die niet onder de bescherming valt.

Omschrijving

KANTONGERECHT opgetrokken op een nagenoeg rechthoekig plattegrond over twee bouwlagen onder een afgeplat schilddak. Het dak is bedekt met de gesmoorde oud Hollandse pan en watert af via een geprofileerde, houten bakgoot op consoles. Op het achterschild bevindt zich een dakkapel. De voorgevel heeft een risalerend middendeel en tegen de rechterzijgevel bevindt zich een ingangsportaal waarboven een balkon. In de brede cordonlijst is rode verblendsteen verwerkt. De gevels hebben aan de onderzijde een plint en worden aan de bovenzijde afgesloten door een bakstenen fries waarin ook rode verblendsteen verwerkt is. Ter hoogte van de lekdorpel, de wisseldorpel en de bovendorpels van de ramen bevinden zich in de gevel dubbele lagen baksteen van een donkerder kleur. De vensters hebben alle aan de bovenzijde een segmentboog voorzien van een sluitsteen. De segmentbogen zijn uitgevoerd in een donkerder kleur baksteen. De vensters op de begane grond hebben een boogvulling waaronder een hardstenen dorpel is aangebracht. Op verschillende plaatsen in de voorgevel is gebruikt gemaakt van hardstenen blokjes. Onder anderen onder de gootconsoles en ter plaatse waar de donkere banden op vensteropeningen stuiten of de hoek omgaan. Ook voor de lekdorpels, de geprofileerde bovendorpels van de gevelopeningen op de begane grond en voor de afdekking van de topgevels van de voorgevel en rechter zijgevel is gebruik gemaakt van hardsteen.

De VOORGEVEL heeft centraal een middenrisaliet die eindigt in een tuitgevel. Aan weerszijden hiervan heeft de gevel één travee die zowel op de begane grond als op de verdieping één venster bevat. De vensters op de begane grond hebben een enkelruits raam met tweeruits bovenlicht. De vensters op de verdieping hebben een enkelruits onderraam en een bovenlicht voorzien van glas-in-lood. In het middenrisaliet zelf bevindt zich op de begane grond centraal een enkelruits raam met tweeruits bovenlicht dat aan weerszijden voorzien is van een -ongeveer half zo breed- enkelruits raam met enkelruits bovenlicht. De drie ramen worden door een smalle penant van elkaar gescheiden. Het risaliet heeft op de verdieping een zelfde opbouw, alleen zijn de bovenlichten op de verdieping voorzien van glas in lood. Tussen de cordonlijst en de verdiepingsvensters bevindt zich een hardstenen band met de tekst `KANTONGERECHT'. In de top bevinden zich twee gekoppelde vensters, van elkaar gescheiden door een penant en voorzien van een rondboog met sluitsteen en boven het penant een geboortesteen. De boogvulling is opgebouwd uit rode verblendsteen. Aan weerszijden van deze vensters bevindt zich een hardstenen plaat. Links met de tekst `ANNO' en rechts met de tekst `1907'.

De tuitgevel met schouders heeft een hardstenen deklijst. De tuit is getrapt uitgevoerd en wordt bekroond door een smeedijzeren decoratie.

De LINKER ZIJGEVEL heeft centraal een plat gedekte uitbouw ter plaatse waarvan zich de zijingang en de sanitaire ruimten bevinden. Aan de voor- en achterzijde van de uitbouw zijn de muren iets hoger opgetrokken en afgedekt door pannen. De gevel wordt aan de bovenzijde afgesloten door een boogfries. Het dak watert af via een houten bakgoot op klossen gesitueerd aan de zijgevel van de uitbouw. In de voorgevel van de uitbouw bevindt zich op de begane grond een deur die aan de bovenzijde wordt afgesloten door een strek. Links van de deur bevindt zich een klein raam. De verdieping heeft twee vensters die aan de bovenzijde worden afgesloten door een segmentboog voorzien van een sluitsteen. De ACHTERGEVEL is opgebouwd uit drie vensterassen. De cordonlijst is ter plaatse van de achtergevel eenvoudiger van uitvoering.

De RECHTER ZIJGEVEL heeft een nauwelijks uitspringend middenrisaliet die eindigt in een tuitgevel voorzien van een hardstenen deklijst. Aan weerszijden van het risaliet bevindt zich één vensteras. Het risaliet is op de begane grond over de gehele breedte uitgebouwd ten behoeve van een ingangsportaal. Deze wordt aan de bovenzijde afgesloten door een bakstenen borstwering. De voorgevel van de ingangsportaal heeft dubbele paneeldeuren voorzien van een zesruits raam en vierruits bovenlichten. De rechter zijgevel heeft een dubbel raam met een middenstijl. De indeling is gelijk aan de ramen op de begane grond. De achtergevel is gelijk aan de rechter zijgevel. In de topgevel bevindt zich een dubbel, tweeruits draairaam. Op de begane grond bevindt zich centraal een uitbouw waarin de ingangsportaal gesitueerd is. Het INTERIEUR is driebeukig van opzet. De ingangsportaal geeft via een getoogd afgesloten houten tochtportaal, toegang tot een brede gang met kamers aan weerszijden. De wanden van de ingangsportaal en de gang zijn voorzien van tegels, de tegelvloer is origineel. De rechts gelegen secretariskamer heeft een eenvoudige schouw en een eenvoudig stucplafond. Aan het einde van de gang bevindt zich een trappenhuis. De zwarte, hardstenen trap heeft een giet/smeedijzeren balustrade. Halverwege de trap bevinden zich de toiletten. De brede gang op de verdieping heeft een oorspronkelijke tegelvloer, wandtegels en deels een houten lambrizering. De houten deuren met geprofileerde kozijnen zijn nog oorspronkelijk. Op de verdieping bevindt zich aan de voorzijde de zittingzaal, toegankelijk via een dubbele houten stolpdeur. De zittingzaal heeft rondom een houten lambrizering.

Waardering

KANTONGERECHT met IJZEREN HEKWERK uit 1907 naar ontwerp van de ARCHITECT W.C. METZELAAR (1848-1918).

- Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een kantongerechtsgebouw uit het begin van de twintigste eeuw naar ontwerp van de architect W.C. Metzelaar. Het pand valt op door de gave verhoudingen en de bijzondere detaillering van zowel interieur als exterieur.

- Van stedebouwkundige waarde vanwege de zeldzaamheidswaarde wat betreft aanleg, structuur en relatie met de omgeving. Het gebouw is gesitueerd op een historisch belangrijk gebied, namelijk de wallenstructuur van Groenlo, waarin het een beeldbepalende positie bekleedt.

- Van cultuurhistorische waarde vanwege de functie van het gebouw die in directe relatie staat met de geschiedenis van de rechtspraak in Nederland. Het gebouw geeft uitdrukking aan de cultuurhistorische en politieke ontwikkeling.

Adressen
Straatnaam, Huisnummer, Postcode en Woonplaats zijn registergegevens

HoofdadresStraatNrToev.PostcodeSitueringLocatieWoonplaats
JaMaliebaan87141 CCGroenlo

Oorspronkelijke functies

HoofdfunctieFunctiesoortHoofdcategorieSubcategorieFunctieVerbijzonderToelichting
Jaoorspronkelijke functieBestuursgebouwen, rechtsgebouwen en overheidsgebouwenGerechtsgebouw(E)Kantongerecht

Percelen
De naam van de kadastrale gemeente, de sectie en het perceelnummer zijn registergegevens

Kadastrale gemeenteSectieGrondperceelKad. objectAppartement
GroenloC2748

Bouwstijlen

HoofdstijlSubstijlZuiverheidToelichting
Neo-Renaissanceinvloeden

Bouwactiviteiten

VanTotNauwkeurigheidWerkzaamheidToelichting
19071907exactvervaardiging

Ambachten

NaamBeroepToelichting
Metzelaar, W.C. ; Gelderlandingenieur