Actualiteit gegevens: 26-01-2022

Monumentgegevens

Monumentnummer
Het monumentnummer is een registergegeven
515015
Monumentnaam
De monumentnaam is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument
Burgemeester Berkhoutpark
Status: 
rijksmonument
Inschrijving register
Inschrijving register is een registergegeven
17 oktober 2000
Kadaster deel/nr: 
82988/129
Internationaal Kenteken: 
Nee

Locatie

Provincie
Provincie is een registergegeven
Zuid-Holland
Gemeente
Gemeente is een registergegeven
Voorschoten
Woonplaats
Woonplaats is een registergegeven
Voorschoten
X-Y coördinaat: 
90689 - 460437

Omschrijving
De rijksmonumentomschrijving is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument

Inleiding

Het Burgemeester Berkhoutpark is in 1936-1944 aangelegd als WANDELPARK in Landschappelijke stijl. Het in fasen gerealiseerde park was een initiatief van burgemeester Marius Floris Berkhout (1901-1944) en werd in opdracht van het gemeentebestuur (raadsbesluit 26 augustus 1936) uitgevoerd in het kader van de werkverschaffing. Het ontwerp van de Nederlandsche Heidemaatschappij te Arnhem, die tevens de directie voerde, ging uit van een grotendeels recht- hoekige kavel ter plaatse van een weiland ten noorden van het raadhuis (H. Verschoor, 1925-1926). Het was onderdeel van een uitbreidingsplan, een woonwijk, die voornamelijk in de jaren 1950 en 1960 is gerealiseerd. In de nabijheid van het park staan ook enkele scholen.

Het wandelpark wordt aan de noordoostzijde begrensd door de Elstlaan, aan de zuidoostzijde door de tuinen van woningen langs de Leidseweg, het raadhuis en de Julianalaan, aan de zuidwestzijde door de Prinses Margrietlaan en aan de noordwestzijde door de Prins Bernhardlaan en een woonblok op de hoek van Prins Bernardlaan en de Prinses Margrietlaan.

Omdat bij de aanvang van het project nog niet alle benodigde grond in handen was van de gemeente, werd begonnen met het grootste deel: de rechthoek aan de noordzijde, met de 'Groote Vijver'. In april 1937 vond onder de naam 'Wilhelminapark' de officiële opening plaats. In hetzelfde jaar nog werd doorgegaan met de aanleg van het zuidelijk deel, met de 'Kleine Vijver' en een cascade, grenzend aan het gemeentehuis. Tevens kwam volgens een geome- trisch aanleg - passend in de toen in de mode zijnde Gemengde Tuinstijl - een kinderspeelplaats met zandbak tot stand (aan de zuidoostzijde van de speel- weide). In de periode 1940-1943 vond een verdere uitwerking van het plan plaats, wat ondermeer resulteerde in de aanleg van een konijnenberg (niet meer aanwezig) ten oosten van de 'Groote Vijver', een fontein (verdwenen) en extra eilandjes in de 'Groote Vijver' (deels weer teniet gedaan) een bloemenborder aan de noord- westzijde van de 'Grote Vijver' tegen de heuvel en een heidetuin op de hoek van de Elstlaan en de Prins Bernhardlaan. De hoofdentree aan de Elstlaan werd vanwege uitbreiding van de school naast het raadhuis verplaatst naar achter het raadhuis. Deze bestond uit een natuurlijke afscheiding in de vorm van een hoge haag met openingen langs een aan de zuidwestzijde van het park lopend pad. Een diepwel achter het raadhuis werd middels een pomp en een waterval benut voor de waterverversing van de waterpartijen. In aansluiting op het oorspronkelijke ontwerp werd tot slot in januari 1943 begonnen met de aanleg van het oostelijke deel van het park langs de Elstlaan, waarin eveneens een waterpartij werd opgenomen. De uitvoering hiervan was in handen van de beplantingsdienst Voorschoten, die hier aanvankelijk een zweminrichting wilde hebben. Doordat niet alle benodigde grond van het R.K. Armbestuur kon worden verworven, behield het park aanvankelijk een enigszins U-vormige structuur. In de jaren 50 kon in de U-vormige uitsparing nog een stuk grond worden aangekocht en bij het park worden getrokken. De zweminrichting, evenals de aanleg van een speelgelegenheid met zandbak ten oosten van de Elstlaan zijn niet gerealiseerd.

Opvallend is de grote rijkdom en variatie in de beplanting met plantensoorten die in die tijd in de belangstelling stonden, de heidetuinen met rododendrons, acers, coniferen en de Gingo biloba. Belangrijk is de afwisseling in kleurstelling en de variatie in blad- en boomvormen. In totaal staan er ongeveer 120 geslachten van houtgewassen en bomen, zowel loof- als naaldhout, met daarin circa 400 soorten en variëteiten.

Het park, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog 'Raadhuispark' heette, is na het overlijden van de initiatiefnemer in 1944 herdoopt tot 'Burgemeester Berkhoutpark'. In de jaren 50 vonden diverse aanpassingen aan het park plaats, zonder aantasting van de hoofdstructuur en de voornaamste beplanting. Wel is in verband met het onderhoud het padenpatroon vereenvoudigd en de beplanting uitgedund en opnieuw gerangschikt. Aan de zuidwestzijde werd de gemeentelijke kwekerij gevestigd (1950) en een speelweide in gebruik genomen (de bestaande zandbak werd verplaatst).

Van aanvankelijk 3 ha bereikte het park uiteindelijk een omvang van 5,5 ha (inclusief de educatieve tuin bij de gemeentelijke kwekerij aan de Prins Bernhardlaan). Sinds 1992 vindt een renovatie van het park plaats, aan de hand van een door de fa. Copijn uit Utrecht opgesteld plan.

Omschrijving

Het Burgemeester Berkhoutpark kenmerkt zich door een combinatie van land- schappelijke elementen in de toepassing van waterpartijen, open ruimten, bossages en borders met een grote variatie in beplanting, afgewisseld met bouwkundige elementen, zoals een gedenkbank, voederplaats, banken en bruggetjes.

Zichtassen spelen een belangrijke rol. De boom- en heestergroepen zijn zodanig geplaatst, dat zij coulissen vormen met verrassende doorzichten en een sterke dieptewerking. Hierbij worden van waterpartijen en open ruimten de uiteinden verborgen, zodat ze optisch groter lijken en ze zich buiten het gezichtsveld schijnen voort te zetten. Het gehele park wordt omgeven door een rondwande- ling met enkele aftakkingen en doorkijken. De paden en waterpartijen zijn evenals de bloemperken, gazons en boom-en heestergroepen in gebogen en slingerende vormen aangelegd. De solitairen in de gazons staan soms op een verhoging.

Het NOORDWESTELIJKE en ZUIDELIJKE deel, daterend uit 1936-1937, sluiten op elkaar aan met een speelweide en een 'Groote' en een 'Kleine' vijver voor vissen en watervogels. Het karakter van het noordelijke deel wordt mede bepaald door een speelweide met gelobde uitsparingen van boom-en heestergroepen. Aan de oostzijde bevindt zich een coulissenwand met gevarieerde beplanting, bestaande uit coniferen (o.a. Chamaecyparis nootkatensis), Thuja's, Watercypressen (Metase- quoia glyptostroboides), Pinussen en een Berk (Betula alba). In aansluiting hierop is in 1940 een heidetuin aangelegd. Als solitairs nemen de Japanse notenboom (Gingo biloba) en de blauwe ceder (Cederus atlantica 'Glauca') een belangrijke plaats in.

Middelpunt van het westelijk deel is de grote, enigszins gelobde vijver met excentrisch daarin gelegen een ellipsvormig eiland. Aan de noord- oostzijde bevindt zich het monument Wulings uit 1941 (hekwerk in 1965 met eigentijdse materialen in oude vorm hersteld), uitgevoerd als een iets verdiept gelegen voederplaats met een bakstenen keermuur en op eenvoudig ijzeren leu- ning. In het midden op een aan de bovenzijde geschulpte plaquette staat de tekst:'Ter herinnering aan den heer/H.H.G. WULLINGS/1869-1936/STICHTER VAN INSTITUUT WULLINGS/H.B.S. 5 jarige cursus/INTERNAAT/leerlingen en leeraren'.

Hier tegenover, aan de overzijde van het wandelpad, ligt een gedenkbank ter herinnering aan de openstelling van het park in juli 1937. Geplaatst en blijkens opschrift aangeboden door 'industrieelen en middenstanders'. De circa vier meter lange bank is opgetrokken uit gele baksteen en heeft een relatief hoge leuning, die evenals de armleuning is voorzien van natuurstenen dekplaten. Vanaf de bank, die geflankeerd wordt door twee gemetselde bloembakken op een vierkant grondvlak, heeft men een wijds gezicht over de vijver. De bank wordt aan de achterkant en zijkanten omgeven door bosschages.

Ten westen van de 'Grote Vijver' wordt het terrein afgesloten door een kunstmatig glooiend terrein. Op het hoogste punt fungeert op een ovaal terras een door witte berken (Betula jacquemontii) geflankeerd zitbank als zichtas en markeringspunt.

Belangrijke (coulisse-)elementen rondom de vijver zijn enkele treurwilgen en de piramidale linde met daartussen een doorkijk naar de speelweide. Door het openbreken van de vrij gesloten boomgrens tussen park en weide is de visuele en ruimtelijk relatie tussen beide versterkt. Het zuidelijke gedeelte heeft een serpetinevormige vijver met een enigszins S- vormig eiland. Deze zgn. 'Kleine Vijver' is door een kleine verbindingsslootje met de 'Groote Vijver' verbonden. Aan de zuidzijde bevindt zich een achthoekig plateau als uitkijkpunt, dat door middel van een trap toegankelijk is, ter vervanging van de cascade. Achter het plateau is in 1940 een pomphuisje geplaatst, waarmee opgepompt water, geleid langs het plateau en de trap, via een kunstmatig beekje met waterval van grijze rotssteen, kon zorgen voor de waterverversing van de waterpartijen. Het OOSTELIJKE gedeelte van het park, dat in 1943-1944 is aangelegd, sluit qua stijl aan bij de rest. De meeste ruimte wordt in beslag genomen door een grote enigszins gelobde waterpartij met in de westhoek een boemerangvormig eiland, waarlangs diverse monumentale loofbomen staan als een hemelboom (Ailanthus altissima) en amberboom (Liquidambar styracifliua).

De beplanting van het park bestaat, zowel uit boom- en heestergroepen, als uit solitairen. Het rijke assortiment omvat uiteenlopende variëteiten waaronder, Berksoorten (Betula), Eiksoorten (Quercus), Sierkers (Prunus), Meidoorns (Crateaegus), Acacia's (Robinia hispida) en Beuken (Fagus). Vermeldenswaard zijn verder de sneeuwklokjesboom (Halesia carolina), Parrotia persica, moeras- cypres (Taxodium distichum), Vleugelnoot (Pterocarya), Amberboom (Liquidabar styraciflua), Katsuraboom (Cercidiphyllum japonicum), Beverboom (Magnolia obovata) en de Trompetboom (Catalpa bignonioides). Wat betreft de heesters staan er onder andere Rodondendrons, Viburnums, Skimmia en Rozen.

De meeste zitbanken en bruggetjes zijn vernieuwd (deels in oude stijl). De afwateringssloten rondom het park zijn grotendeels in tact.

Waardering

Het Burgemeester Berkhoutpark is cultuurhistorisch van algemeen belang als uitdrukking van een typologische en sociaaleconomische ontwikkeling tot stand gekomen als werkverschaffingsproject uit de jaren '30 van de 20ste eeuw in een Landschappelijke stijl, waarvan het oorspronkelijke karakter van de aanleg in hoofdvorm goed bewaard is gebleven.

Het park is tuinhistorisch van algemeen belang vanwege het landschappelijke ontwerp uit de jaren '30 van de 20ste eeuw van de Nederlandsche Heidemaatschappij. De zeer rijke variatie aan beplanting met uiteenlopende variëteiten van in- en uitheemse plantensoorten hebben een hoge dendrologische waarde.

Dergelijke vrij gaaf bewaard gebleven wandelparken in Landschapsstijl zijn in Nederland relatief zeldzaam.

Locatie

LocatienaamLocatieomschrijving
BY Leidseweg 25 – 27, Voorschoten

Oorspronkelijke functies

HoofdfunctieFunctiesoortHoofdcategorieSubcategorieFunctieVerbijzonderToelichting
Jaoorspronkelijke functieKastelen, landhuizen en parkenTuin, park en plantsoenWandelpark

Percelen
De naam van de kadastrale gemeente, de sectie en het perceelnummer zijn registergegevens

Kadastrale gemeenteSectieGrondperceelKad. objectAppartement
VoorschotenB10570
VoorschotenB8809
VoorschotenB9989
VoorschotenB9867
VoorschotenB11666

Bouwstijlen

HoofdstijlSubstijlZuiverheidToelichting
Landschapsstijlonbepaald

Bouwactiviteiten

VanTotNauwkeurigheidWerkzaamheidToelichting
19361944globaalvervaardiging