Actualiteit gegevens: 23-12-2017

Monumentgegevens

Monumentnummer
Het monumentnummer is een registergegeven
515983
Monumentnaam
De monumentnaam is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument
Onze Lieve Vrouwe van Lourdes
Complexnummer: 
515981 - Sint Willibrordus
Status: 
rijksmonument
Inschrijving register
Inschrijving register is een registergegeven
17 oktober 2000
Kadaster deel/nr: 
10230/45
Internationaal Kenteken: 
Nee

Locatie

Provincie
Provincie is een registergegeven
Noord-Holland
Gemeente
Gemeente is een registergegeven
Heiloo
Woonplaats
Woonplaats is een registergegeven
Heiloo
X-Y coördinaat: 
109081 - 512283

Omschrijving
De rijksmonumentomschrijving is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument

Inleiding

De aan Onze Lieve Vrouw van Lourdes gewijde KAPEL, als onderdeel van het complex 'Sint Willibrordus', is gelijktijdig (1938-1940) gebouwd met het middendeel van het hoofdgebouw waarmee het bouwkundig één geheel vormt. Niet alleen het exterieur, maar ook het interieur van de kapel verkeert nog vrijwel geheel in de originele staat. Zo zijn de hoofd- en zijaltaren en de kerkbanken bewaard gebleven, evenals de in de jaren vijftig aangebrachte gebrandschilderde ramen van de Haarlemse glazenier K. Trautwein. Het bankenplan is naderhand enigszins ingekort om ruimte te maken voor een modern, centraler gelegen hoofdaltaar. In 1949 kreeg de kapel een groot drieklaviers Pels-orgel. De kapel is nog steeds in gebruik als kerkruimte. N.B. Het Pels-orgel komt wegens onvoldoende kwaliteit niet in aanmerking voor bescherming.

Beschrijving

Door een rijk uitgewerkte koorpartij met het hoofdgebouw verbonden ronde koepelkerk met een 24-zijdige tamboer en een hoog dito tentdak bekleed met koper en bekroond door een halve wereldbol met kruis. De hoofdingang is ondergebracht in een ondiepe rechthoekige aanbouw tegen de oostzijde met een zadeldak van gesmoorde verbeterde Hollandse pannen. Het uitwendige muurwerk van de kapel is voorzien van een gemetselde plint en evenals het hoofdgebouw uitgevoerd in gele genuanceerde machinale baksteen waalformaat in kettingverband met licht achteroverhellende voeg. De hoge rondbouw wordt op regelmatige wijze geleed door zes paar lisenen waartussen behalve aan de kant van de koor- en de ingangspartij vier series van zeven (2-3-2) langwerpige rondboogvensters. Het muurwerk wordt afgesloten door een 24-zijdige betonnen bakgoot op dito klossen die zich voortzet langs het koordak. De overgang van de rondbouw naar de tamboer wordt gevormd door een omgaand 24-zijdig koperen lessenaarsdak. De relatief lage 24-zijdige tamboer wordt op dezelfde wijze door lisenen geleed als de rondbouw en is halfweg tussen elke twee paar lisenen voorzien van een rondvenster (totaal zes). Het muurwerk van de tamboer wordt eveneens afgesloten door een 24-zijdige betonnen bakgoot op klossen.

In de als topgevel uitgevoerde en door een gemetselde klokkenstoel bekroonde voorgevel (O) van de uitgebouwde hoofdingang is een rondboogportaal uitgespaard met kwartronde hoekzuilen van lichtgrijs graniet, getrapt gemetselde dagkanten en dito archivolten die omgeven zijn door tufstenen reliëfs met symbolen ontleend aan de Litanie van Maria. De via een brede gemetselde trap bereikbare dubbele eikenhouten portaaldeur is diagonaal beschoten rond twee op ooghoogte aangebachte ruitvormige raampjes. Het halfronde bovenlicht boven de deur wordt in drieën gedeeld door twee gesneden stijlen in de vorm van engelen die bloemslingers vasthouden. Boven het portaal zijn drie rondboogvensters aangebracht waarvan het middelste hoger is. Ter weerszijden van het portaal zit een paar kleinere dito vensters. De beide zijgevels van de aanbouw tellen drie rondboogvensters en worden afgesloten door een betonnen bakgoot op dito klossen. In de rechterzijgevel (N) zijn deze drie vensters hoger geplaatst en zit rechtsonder nog een klein rondvenster. Alle vensters van de aanbouw zijn voorzien van non-figuratief glas-in-lood in pastelkleuren. De koorpartij tegen de westzijde van de kapel is samengesteld uit een hoog, van een halfronde absis voorzien koor met ter weerszijden lagere bouwdelen van twee bouwlagen met plat dak die de verbinding vormen met de divergerende zijvleugels van de binnenhof: aan de zuidzijde de voormalige broederkapel (nu dagkapel) en aan de noordzijde de vroegere novicenkapel en de sacristie. Beide kapellen zijn voorzien van rondboogvensters: drie bovenin de westgevel van de novicenkapel en bij de broederskapel zeven in de oostgevel en vier paar in de westgevel. Het koor heeft bovenin beide zijgevels drie rondboogvensters en een flauw, eveneens met koper gedekt zadeldak. In de halfronde absis tegen de door een natuurstenen kruis bekroonde sluitmuur van het koor bevinden zich vier rondvensters. Direct boven deze rondvensters loopt een zevenzijdig rondboogfries op ruitvormige natuurstenen kraagstenen waarboven het muurwerk eveneens zevenzijdig opgetrokken is. Ook de op betonnen klossen rustende bakgoot erboven en het absisdak heeft een zevenzijdige vorm. Aan de zijde van de binnenhof loopt rond de absis en langs beide kapellen een open galerij van gemetselde pijlers waartussen dito segmentbogen met natuurstenen aanzetstenen. De gang boven het vlakke betonnen plafond van de galerij is voorzien van kleine rondvensters en een met gesmoorde romaanse pannen gedekt lessenaarsdak, dat zich voortzet boven de twee rechthoekige uitbouwen in de noordoost- en zuidoosthoek van de binnenhof. In de zijmuur van deze uitbouwen zit een deur die via een gemetselde trap toegang geeft tot de binnenhof. In het interieur van de kapel staan in een wijde cirkel zes paar twaalf meter hoge betonnen zuilen (de twaalf apostelen symboliserend) die voorzien zijn van blokvormige, aan de kopse zijden onderaan afgeschuinde kapitelen waarop een 24-zijdige betonnen ring rust die het koepelgewelf draagt. Dit ter hoogte van de tamboer aangebrachte 24-delige schaalgewelf heeft een diameter van 20 meter en is uitgevoerd in schoonmetselwerk van afwisselende banen kloostermoppen en handvormstenen waalformaat (in verband met de accoustiek). Ter plaatse van de zes rondvensters van de tamboer zijn lunetten gemetseld. De genoemde betonring is geprofileerd als kroonlijst en wordt door betonnen radiaalbalken waarop een omgaande betonnen plafondplaat verbonden met een tweede betonring bovenop de buitenmuren. De betonnen bouwdelen zijn afgewerkt met een ruwe pleisterlaag. De muren zijn aan de binnenzijde uitgevoerd in schoonmetselwerk van handgevormde gele genuanceerde kloostermoppen (formaat ca. 30 x 11 cm) in Vlaams verband met ruwe voeg, en worden op regelmatige afstand geleed door lisenen. Ter hoogte van de dwars-as bevindt zich zowel links als rechts een tussen twee lisenen ingeklemde lage risaliet waarin twee eikenhouten rondboogdeuren die toegang geven tot de achterliggende, uitgebouwde biechtruimten. Tussen deze deuren die voorzien zijn van een rondboograam in glas-in-lood is beeldhouwwerk aangebracht: links (Z) Maria Magdalena, rechts (N) Johannes de Doper (beide gaven voorbeelden van boetedoening). Alle vloeren in de kapel zijn betegeld met Solenhofener leisteen. De kerkruimte opent met een rondboog naar het koor waarvan de hoog gelegen vloer bereikbaar is via een uitwaaierende trap tussen twee halfronde uitbouwen. Deze zijn voorzien van een bronzen hek waarin christelijke symbolen zijn verwerkt (o.a. een fontein, kerk, schip, bijbel, mijter). Op de houten handlijst van het linker hek staat een bronzen adelaar, op die van het rechter een duif. Linksonder is in de rondboog een hoeksteen ingemetseld gedateerd 10 september 1938. Op de brede onderste trede van de convexe trap staat links en rechts van het midden een eveneens convex bronzen hek dat fungeert als communiebank en waarin symbolen voor de Eucharistie zijn verwerkt. De onderste traptrede zet zich uit- en inzwenkend langs de muur voort tot voorbij de vier zij-altaren in de eerste en derde travee ter weerszijden van het koor. De buitenste twee zijaltaren zijn geplaatst tegen een rondbogig spaarveld waarin een deels geschilderd en geglazuurd terracotta reliëf van de beeldhouwer J. Maris: links Jozef en rechts Willibrordus. De twee zij-altaren direct ter weerszijden van het koor zijn geplaatst in een halfronde, via drie convexe treden toegankelijke absis. In de achterwand hiervan is een sokkel aangebracht waarop links een Mariabeeld van P. Biesiot en rechts een Heilig Hartbeeld (beide van natuursteen). Alle trappen in de kapel hebben treden van crèmekleurige gepolijste kalksteen met contrasterende de stootborden van zwart marmer. De zij-altaren zijn uitgevoerd in licht-leverkleurige travertin oniciato, het hoofdaltaar in donkergrijze travertin antico. Laatstgenoemd altaar draagt een roodkoperen tabernakel en is geplaatst op een rechthoekig podium van drie treden vóór de halfronde koorabsis. De laatste heeft een half-bolvormig gewelf waarin vier rondvensters met in gebrandschilderd glas symbolen voor de Eucharistie. Het grote houten kruisbeeld achter het hoofdaltaar is eveneens vervaardigd door P. Biesiot. De Solenhofener tegels in het koor zijn ter onderscheid gepolijst. Het koor heeft een betonnen cassettenplafond bestaande uit negen casetten. De dwarsliggers hiervan rusten op een natuursteenblok waaronder een korte gemetselde wandpijler op een natuurstenen console. De drie rondboogvensters bovenin beide zijmuren van het koor tonen links (Z) Paulus, Christus en Johannes, en rechts (N) Lot, Melchisedek en Abraham. Daaronder opent het koor naar beide zijkapellen door middel van twee rondbogen rustend op een grijsgranieten pijler. De rondbogen zijn dichtgezet met glazen puien die gedeeltelijk weggeschoven kunnen worden zodat zonodig vanuit de broeders- en novicenkapel de mis in de kapel bijgewoond kon worden. Dit gold in het bijzonder voor de zieke broeders: de ziekenzaal grensde aan het balkon tegen de westwand van de broederskapel. Het balkon tegen de oostwand van de novicenkapel was bestemd voor bezoekers. Beide balkons hebben een zware opengewerkte balustrade van grenenhout met houtsneden van P. Biesiot. Ook de rondboogvensters in de zijkapellen zijn voorzien van gebrandschilderd glas. De drie ramen in de novicenkapel tonen de stichter van de orde S.M. Glorieux, Willibrordus en Adelbertus. In de ramen van de noordmuur van de broederskapel staat de verschijning van Maria aan Bernadette centraal. De zeven ramen in de zuidmuur tonen van links naar rechts de vier evangelisten, Liduina, Christus en Barbara. Het houten plafond van de broederskapel wordt gedragen door kinderbinten rustend op twee moerbalken waaronder consoles als in het koor; het houten plafond van de ondiepe novicenkapel rust op een enkelvoudige balklaag. De broederskapel heeft nog het oorspronkelijke bankenplan met eenvoudige eikenhouten banken. De vloeren en wanden van de broeders- en novicenkapel zijn uitgevoerd als in de kapel. De niet-genoemde deuren in de kapel zijn merendeels getoogde, horizontaal beschoten eikenhouten deuren. Aan de gebrandschilderde ramen in de kapel ligt een uitgebreid iconografisch programma ten grondslag. Centraal in elk van de vier groepen van zeven gebrandschilderde vensters staat Maria aan wie de kapel gewijd is. In de muren eronder zijn kruiswegstaties aangebracht in de vorm van een liggend spaarveld met fresco. De gebrandschilderde rondvensters van de tamboer stellen de zes scheppingsdagen voor. De eenvoudige eikenhouten kerkbanken hebben vlakke zijden waarin een kruismotief is gesneden. Boven de hoofdingang is tegen de oostmuur een eikenhouten balkon aangebracht. Dit vermoedelijk uit 1949 daterende balkon wordt ondersteund door vier achthoekige stijlen en heeft een in- en uitzwenkende vorm (concaaf-convex-concaaf) en een dito houten spijlenhek. De balkonvloer bestaat uit eikenhouten parket in visgraatpatroon. Het brede hoofdportaal wordt geflankeerd door zijportalen waarvan de zuidelijke voorzien is van twee toiletruimten uit de bouwtijd en de noordelijke van een naar de orgelruimte leidende bordestrap waaronder een bergruimte. De portalen hebben getoogde eikenhouten deuren, wanden en vloeren als in de kapel.

Waardering

De kapel is van algemeen belang wegens cultuur- en architectuurhistorische waarde als zorgvuldig ontworpen en gaaf bewaard gebleven historisch-functioneel hoofdonderdeel van het complex 'Sint Willibrordus'. De kapel heeft situationele waarde als hart van dit complex en vanwege de markante stedenbouwkundige situering aan de Kennemerstraatweg.

Adressen
Straatnaam, Huisnummer, Postcode en Woonplaats zijn registergegevens

HoofdadresStraatNrToev.PostcodeSitueringLocatieWoonplaats
JaKennemerstraatweg4641851 NGBijHeiloo

Oorspronkelijke functies

HoofdfunctieFunctiesoortHoofdcategorieSubcategorieFunctieVerbijzonderToelichting
Jaoorspronkelijke functieReligieuze gebouwenKapel (F)Kapel(F1)

Percelen
De naam van de kadastrale gemeente, de sectie en het perceelnummer zijn registergegevens

Kadastrale gemeenteSectieGrondperceelKad. objectAppartement
HEILOOD5042

Bouwstijlen

HoofdstijlSubstijlZuiverheidToelichting
Traditionalismeinvloeden

Bouwtypen

HoofdcategorieSubcategorieBouwtypeToelichting
Religieuze gebouwenKerk en kerkonderdeelCentraalbouw

Bouwactiviteiten

VanTotNauwkeurigheidWerkzaamheidToelichting
19381940exactvervaardiging

Ambachten

NaamBeroepToelichting
Bot, P. ; Noord-Hollandaannemer / uitvoerder
Hendricks, J.H. ; Noord-Hollandingenieur
Thunissen, H.J.W. ; Noord-Hollandingenieur
Trautwein, K. ; Noord-Hollandglazenier