Actualiteit gegevens: 02-12-2021

Monumentgegevens

Monumentnummer
Het monumentnummer is een registergegeven
531337
Monumentnaam
De monumentnaam is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument
Betonnen werken Uitermeer
Complexnummer: 
531332 - NHW-Betonnen werken Uitermeer-e.o.
Status: 
rijksmonument
Inschrijving register
Inschrijving register is een registergegeven
29 augustus 2014
Kadaster deel/nr: 
82719/66
Internationaal Kenteken: 
Nee

Locatie

Provincie
Provincie is een registergegeven
Utrecht
Gemeente
Gemeente is een registergegeven
Stichtse Vecht
Woonplaats
Woonplaats is een registergegeven
Nigtevecht
X-Y coördinaat: 
132963 - 477487

Omschrijving
De rijksmonumentomschrijving is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument

Ligt ook voor een gedeelte in de gemeenten Wijdemeren Weesp en Hilversum zie complecnummer 531332.

Cluster 3.

NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE

Inleiding

GROEPSSCHUILPLAATSEN TYPE P als 20e-eeuwse, in serie gebouwde, toevoegingen aan de bestaande verdediging. De groepsschuilplaatsen Type P zijn volgens min of meer uniform of standaardontwerp (vooral) in de jaren 1939-1940 op meerdere plaatsen in Nederland gebouwd. Het totaal aantal gebouwde exemplaren bedraagt circa 700, waarvan in de Nieuwe Hollandse Waterlinie ongeveer 570; het merendeel (ca. 400) hiervan bestaat nog. Het bouwprogramma van de groepsschuilplaatsen Type P was bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog niet afgerond en van een aantal exemplaren is bekend dat ze nooit zijn voltooid. Type P (vanwege de markante vorm ook wel 'de piramide' genoemd) is vermoedelijk het meest bekende type betonnen verdedigingswerk in Nederland. Het type kwam voort uit de zogenoemde VIS 77 (Voorschrift Inrichten Stellingen no. 77), uit 1928 en had onder meer als bestemming deel uit te maken van de verdediging van een aantal nieuwe accessen, waaronder vooral (autosnel)wegen. De groepsschuilplaats Type P kwam gewoonlijk tot stand in de directe nabijheid van reeds bestaande of in dezelfde tijd gerealiseerde kazematten, geschutsopstellingen, versterkingen of loopgraven. Doordat de loopgraven en andere (aard)werken later vrijwel overal zijn geëffend of gesloopt, liggen de betonnen schuilplaatsen tegenwoordig nogal eens voor een deel beneden het maaiveld. De van oudsher geheel gesloten voorzijde of frontzijde van de groepsschuilplaatsen Type P was in veel gevallen gedekt door aardwerken die deel konden uitmaken van een glacis ter bescherming van de loopgraaf of een gedekte weg. Deze aardwerken zijn thans meestal niet meer aanwezig of nog slechts met moeite herkenbaar, maar met name op forten of in anderszins geaccidenteerd terrein zijn ze soms nog wel aanwezig. Er zijn talrijke exemplaren van het Type P gebouwd in inundeerbare gebieden, waarbij in een aantal gevallen een nu nog zichtbare paalfundering is toegepast; bij andere is een rondom uitstekende funderingsplaat of ook wel een trog tegen inundatiewater zichtbaar.

Omschrijving

De GROEPSSCHUILPLAATSEN TYPE P zijn in het oostelijke deel van het complex zowel in kleine clusters als in lineair verband gelegen, terzijde van diverse accessen, zoals de spoorlijn Amersfoort-Amsterdam, de provinciale weg Hilversum-Weesp, de 's-Gravelandsche Vaart en de Hollandse Kade. In het westelijke deel van het complex liggen ze direct bij de mitrailleurkazematten en tevens in een meer lineair verband langs de Vechtoevers tussen de Forten Uitermeer en Hinderdam. Ook op de westelijke Vechtoevers liggen enkele groepsschuilplaatsen type P, waarvan een aantal nooit afgebouwde en een exemplaar te midden van bebouwing aan de Lage Klompweg. De schuilplaatsen dragen de letter U of H (Uitermeer of Hinderdam) al naar gelang het vak waaronder ze ressorteerden. De schuilplaatsen zijn één bouwlaag hoog en, gewoonlijk in gewapend van ca. 100 tot 180 cm dik gietbeton uitgevoerd en vormden een granaatvrij, militair onderkomen, dat beschutting kon bieden aan 10-12 manschappen infanterie / artillerie, bij dekkingsklasse W 12-15 of W 21-28. In het Oostfront behoren de meeste tot de zwaarste klasse. Groepsschuilplaatsen Type P zijn gebouwd op een rechthoekig grondplan, bij maten die uiteenlopen van ongeveer 5,50 x 7,20 x 4,70 m tot 6,50 x 8,20 x 4.90 (b x d x h). De zichtbare hoogte boven het maaiveld varieert echter. De beide blinde zijgevels en de keelzijde zijn tot op ongeveer 3 m hoogte verticaal uitgevoerd. Daarboven gaan deze gevels met een knik van ongeveer 45 0 naar binnen, om vervolgens over te gaan in een vlakke dekking. Rechts in de keelzijde is op plaatselijk verschillende hoogte boven maaiveld een (later al dan niet dichtgezette), meestal vierkante toegangsopening. De in zijn geheel verticale, gesloten frontzijde weerspiegelt de hoeken van 45 0 en eindigt dus als een 'afgeknotte puntgevel'. In een aantal gevallen zijn in de gevel(s) ijzeren haken of beugels meegegoten die konden dienen ter bevestiging van camouflagemateriaal. Een kenmerkend onderdeel bovenop de schuilplaats type P is de conische, betonnen 'uitlaat', die bestemd was voor toepassing van een periscoop. Deze periscopen zijn in de praktijk echter zelden of nooit aangebracht. Het interieur van de groepsschuilplaatsen Type P bestaat uit een korte gang (meestal met een betonnen keermuur of balustrade en gewoonlijk enkele neergaande treden) en een van daaruit naar links gerichte 'sluis' die afgrendelbaar was door een (uit meerdere delen bestaande) zware, stalen deur. Via een tweede, vergelijkbare deur kon rechtsom een achterliggende, vrijwel vierkante ruimte worden bereikt, de echte schuilplaats. De toegang kon vanuit deze ruimte worden gedekt door een schietgat. De deuren zijn in de praktijk echter ook zelden of nooit aangebracht. De op ruim twee meter boven vloerniveau gelegen plafonds zijn vlak en rechthoekig. In een aantal gevallen zijn nog interieuronderdelen aanwezig, zoals (resten van) houten banken of een steun voor de mitrailleur voor de bewaking van de ingang.

Waardering

De GROEPSSCHUILPLAATSEN TYPE P zijn van algemeen belang vanwege:

* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar is versterkt en verbeterd.

* Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op: a. het systeem van inundatie en accesverdediging (19de en 20ste eeuw), b. de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (20ste eeuw) c. het systeem van 'levende' veldversterking in de diepte (20ste eeuw)

Het betreft hier onderdelen uit de periode 1939-1940. Deze onderdelen zijn voorbeelden van gewapend betonnen groepsschuilplaatsen (Type P / Piramide), zonder aarden dekking.

* Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdelen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex.

* De onderdelen zijn representatief (karakteristiek) omdat ze duidelijk herkenbaar als elementen van een gedeconcentreerde verdedigingslijn zijn toegevoegd aan het bestaande fortificatiestelsel.

* De onderdelen zijn tamelijk gaaf bewaard en laten zich als gebouwde elementen nog goed in het veld herkennen.

Locatie

LocatienaamLocatieomschrijving
NigtevechtBetonnen werken Uitermeer

Oorspronkelijke functies

HoofdfunctieFunctiesoortHoofdcategorieSubcategorieFunctieVerbijzonderToelichting
Jaoorspronkelijke functieVerdedigingswerken en militaire gebouwenMilitair verblijfsgebouw

Percelen
De naam van de kadastrale gemeente, de sectie en het perceelnummer zijn registergegevens

Kadastrale gemeenteSectieGrondperceelKad. objectAppartement
NigtevechtA594
NigtevechtA4

Bouwstijlen

HoofdstijlSubstijlZuiverheidToelichting
n.v.t.niet van toepassing