Actualiteit gegevens: 13-05-2022

Monumentgegevens

Monumentnummer
Het monumentnummer is een registergegeven
531347
Complexnummer: 
531341 - NHW-Fort Uitermeer
Status: 
rijksmonument
Inschrijving register
Inschrijving register is een registergegeven
31 oktober 2014
Kadaster deel/nr: 
82724/69
Internationaal Kenteken: 
Nee

Locatie

Provincie
Provincie is een registergegeven
Noord-Holland
Gemeente
Gemeente is een registergegeven
Amsterdam
Woonplaats
Woonplaats is een registergegeven
Weesp
X-Y coördinaat: 
134350 - 478469

Omschrijving
De rijksmonumentomschrijving is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument

Cluster 4. Schutsluisen ophaalbrug.

NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE

Inleiding

SCHUTSLUIS en OPHAALBRUG als militair-strategische en civiel waterbouwkundige artefacten bij Fort Uitermeer. Het Fort Uitermeer had van oudsher de functie tot verdediging van de schutsluis in de 's-Gravelandsche Vaart, de vaart die Hilversum verbindt met de rivier de Vecht. Het verdedigingssysteem van de Nieuwe Hollandse Waterlinie was in de eerste plaats gebaseerd op het gecontroleerd onder water zetten van (grote) terreinoppervlakken. Door middel van een ingenieus systeem van sluizen, duikers, dammen, keerkaden, dijkcoupures, enzovoort, kon het noodzakelijke waterpeil snel en binnen nauwe grenzen gesteld en gehandhaafd worden. Deels werd daarvoor gebruik gemaakt van bestaande civiele waterhuishoudkundige bouwwerken. Soms werden de werken (sterk) aangepast aan de militaire eisen. Een groot deel van de werken werd speciaal ten behoeve van de Nieuwe Hollandse Waterlinie gebouwd.

Toen de reeds bestaande Uitermeerse Schans in de 17de eeuw werd omgebouwd tot het gebastioneerde Fort Uitermeer, was het primaire doel de verdediging van de binnen het fort aangelegde schutsluis met inundatiefunctie. Deze functie bleef bestaan in de eerste decennia van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, ook nog toen de toren was gebouwd. In 1878 werd de oude sluis gesloopt en kwam aan de noordoostzijde buiten het fort een nieuwe schutsluis tot stand. De 's-Gravelandsche Vaart werd omgeleid buiten het fort om. De sluis had een civiele functie om vanaf de Vecht naar Hilversum en de Loosdrechtse Plassen (v.v.) te kunnen varen, maar ook een militaire functie als inundatiesluis. Via de sluis kon water van de (Beneden)Vecht worden overgeheveld naar de 's-Gravelandsche Vaart en van daaruit in de inundatiegebieden ten zuiden en noorden daarvan. De 's-Gravelandsche Vaart staat bovendien in verbinding met de Karnemelksloot en uiteindelijk met de stadsgracht van de vesting Naarden. Over de sluis werd eveneens in 1878 een ijzeren draaibrug geconstrueerd. Deze brug liep in 1945 ernstige schade op bij het opblazen van de sluisdeuren. De draaibrug is in 1947 vervangen door de tegenwoordig over de sluis liggende ophaalbrug, die in 1947 overkwam uit de Krimpenerwaard, waar hij - ten zuidwesten van Gouda - over de Stolwijkersluis lag. De brug had daar een civiele bestemming als onderdeel van de weg over de zuidelijke dijk van de Hollandsche IJssel en maakte deel uit van een viertal identieke bruggen over de Goudsche Vliet in de Krimpenerwaard.

Het ophalen, open draaien of verwijderen / vernietigen van bruggen is sinds de oudheid een probaat middel om indringers te weren. Niet alleen werd zo de doorgang of overtocht over een waterloop, een droge of een natte gracht of een terreindiepte belemmerd of vertraagd, maar ook moest een aanvaller zelf zorgen voor hulpmiddelen om de barrière te nemen. Houten bruggen waren relatief snel te vernietigen, desnoods door ze in brand te steken. Stenen en betonnen bruggen vergden een grotere en meer tijdrovende ingreep, al kon een springlading soms snel het gewenste effect sorteren. Met de komst van ijzeren bruggen - in de loop van de 19de eeuw op grote schaal toegepast in vele verschillende varianten - bleef de tweede mogelijkheid bestaan, maar verdween de eerste. Het opblazen van bruggen was kapitaalvernietiging en gebeurde alleen in uiterste noodzaak. Een manier waarop ijzeren bruggen afgesloten konden worden was die van het uitnemen of ontoegankelijk maken van (kleine) delen ervan - of, zoals hier - het open draaien ervan. Open draaien was hiernaast ook noodzakelijk bij passage van (te hoge) vaartuigen.

Omschrijving

SCHUTSLUIS uit 1878 in de 's-Gravelandsche Vaart. De sluis bestaat uit een enkelvoudige sluiskom met gemetselde bakstenen sluismuren en aan beide zijden dubbele, hardhouten puntdeuren. De sluis meet inclusief hoofden ongeveer 40 x 5 m. De sluismuren zijn voorzien van hardstenen neuten ter plaatse van de bolders en andere elementen die een extra constructieve versteviging behoeven. Vlak voor de oostelijke sluisdeuren is een dubbele rij schotbalksponningen aangebracht. Deze zijn van belang voor de militaire functie van de sluis, omdat hier door middel van het inlaten van houten (schot)balken het water kon worden opgestuwd, doorgelaten of tegengehouden ten behoeve van de inundaties. Aan de oostzijde van de sluiskom, achter de oostelijke deuren, zijn een smeedijzeren hefconstructie met schuiven en een loopbruggetje toegevoegd. OPHAALBRUG uit 1888 over de schutsluis in de 's-Gravelandsche Vaart. De brug ligt ongeveer in het midden over de sluiskom ter plaatse van een eerdere, ijzeren draaibrug. De gietijzeren ophaalbrug is in 1947 overgekomen van de Stolwijkersluis nabij Gouda, waar hij deel uitmaakte van een serie van vier identieke exemplaren. De van sierwerk voorziene hameipoort draagt het jaartal 1888. In de noordelijke kolom staat het opschrift 'Yzergieterij De Prins van Oranje 's-Hage 1888' (Den Haag). De hameipoort staat niet aan de fortzijde, maar aan de noorzijde van de vaart en is daar met tweemaal twee diagonale stangen verankerd. Ter weerszijden ijzeren leuningen en geasfalteerd houten wegdek.

Waardering

De SCHUTSLUIS en OPHAALBRUG uit 1878 en 1888 zijn van algemeen belang vanwege:

* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is aangelegd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar versterkt en verbeterd.

* Architectuurhistorische waarden in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die is gebaseerd op het systeem van inundatie en accesverdediging (19de eeuw). Het onderdeel is een voorbeeld van een aan de militair-strategische bouwkunde gerelateerde uiting van historische waterbouwkunde dienende als civiele schutsluis met een militaire functie als inundatiesluis en tevens als uiting van civiele waterbouwkunde, mede vanwege de typologische en historische verwantschap met de nog bestaande bruggen over de Goudsche Vliet in de Krimpenerwaard.

* Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex en met name de fort-, sluis- en brugwachterswoning en de nabijgelegen draaibrug die (op de eerste na) ook uit 1878 dateren.

* De onderdelen zijn karakteristiek omdat het Fort Uitermeer van oudsher de functie had van het verdedigen van een schutsluis, die aanvankelijk binnen de fortgracht lag. In 1878 werd onderhavige nieuwe sluis gebouwd, die ook vanaf het fort werd verdedigd.

* De onderdelen zijn tamelijk gaaf bewaard omdat de authentieke sluis, alsmede de brug - door integrale verplaatsing ervan - grotendeels bewaard is gebleven.

Inleiding

Ten oosten van Fort Uitermeer en de schutsluis gelegen FORT-, SLUIS- en BRUGWACHTERSWONING. Omdat de meeste forten en andere (buiten de bebouwde kom gelegen) verdedigingswerken - wanneer er geen sprake was van mobilisatie of oefeningen - geen bezetting met militair personeel hadden, was er in veel gevallen een aparte woning of andersoortig onderkomen voor een beheerder of wachter. Soms had een dergelijk(e) woning of onderkomen tevens een andere functie, zoals die van sluiswachters- of brugwachterswoning. In de toegepaste architectuur bestaat mede hierdoor geen uniformiteit; het gebruikte bouwmateriaal varieert, maar is gewoonlijk baksteen of hout en ook het aantal bouwlagen verschilt. Ook voor wat betreft de locatie van een wachterwoning zijn geen duidelijke standaarden; sommige fortwachterswoningen liggen binnen de fortgracht, andere daarbuiten - soms zelfs op enige afstand van het fort. De woning bij Fort Uitermeer bevindt zich ten noorden van de sluis in de 's-Gravenlandsche Vaart en ligt hiermee dus buiten de gracht. De sluis dateert uit 1878 en werd hier gebouwd ter vervanging van een oudere sluis die binnen de fortgracht was gelegen. Eén van de functies van het fort was van oudsher de verdediging van de sluis binnen het fort en vanaf 1878 van de sluis buiten het fort. De fort-, sluis- en brugwachterwoning dateert uit dezelfde periode als de schutsluis. De ophaalbrug dateert uit 1888, maar is een in 1947 geplaatste opvolger van een eveneens uit 1878 stammende draaibrug. Dichter bij de Vecht bevindt zich nog steeds een draaibrug uit datzelfde jaar. Omstreeks 1935 was er een voorstel bij de nabij gelegen kazematten extra grond aan te kopen om een boomgaard en groentetuin aan te leggen en enkele schuurtjes bij de sluiswachterswoning te bouwen. Dit om het geheel het aanzien van een boerderijtje te geven. Dit is echter niet doorgegaan.

Omschrijving

Eind-19e-eeuwse en vermoedelijk uit 1878 of kort daarna daterende FORT-, SLUIS- en BRUGWACHTERSWONING met classicistische stijlkenmerken, die één bouwlaag hoog en in handgevormde baksteen is opgetrokken. Boven de kroonlijst bevindt zich een schilddak, gedekt met gesmoorde oud-Hollandse pannen. De voorgevel en zijgevels hebben grote witgepleisterde spaarnissen, voorzien van schijnvoegen en getrapte hoeken. De vensters en deuren zijn weer in dieper nissen geplaatst. De gevels zijn symmetrisch ingedeeld. De vensters en deuren zijn grotendeels oorspronkelijk, in ieder geval voor wat betreft de kozijnen, die alle getoogd zijn. De gevel aan sluiszijde is voorzien van een risalerende middenpartij en een dakhuis met zadeldak en keperboogvormig venster.

Waardering

De FORT-, SLUIS- en BRUGWACHTERSWONING (eind 19de eeuw, naar alle waarschijnlijkheid 1878) is van algemeen belang vanwege:

* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is aangelegd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar versterkt en verbeterd.

* Architectuurhistorische waarden in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op het systeem van inundatie en accesverdediging (19de eeuw).

Het onderdeel is een voorbeeld van een fort-, sluis en brugwachterwoning horende bij het fort, de sluis en de beide bruggen en met een civiel-militaire functie.

* Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex en in het bijzonder met de schutsluis.

* Het onderdeel is karakteristiek omdat een geheel vormt met de schutsluis, uit dezelfde bouwtijd dateert en qua bouwmassa, materiaalgebruik en detaillering een herkenbaar voorbeeld is van woningen met een dergelijke functie uit deze periode.

* Het onderdeel is tamelijk gaaf bewaard gebleven omdat de hoofdstructuur en verschillende details bewaard zijn gebleven.

Locatie

LocatienaamLocatieomschrijving
WeespFort Uitermeer

Oorspronkelijke functies

HoofdfunctieFunctiesoortHoofdcategorieSubcategorieFunctieVerbijzonderToelichting
Jaoorspronkelijke functieVerdedigingswerken en militaire gebouwenFort, vesting en -onderdelen

Percelen
De naam van de kadastrale gemeente, de sectie en het perceelnummer zijn registergegevens

Kadastrale gemeenteSectieGrondperceelKad. objectAppartement
WeespG641
WeespG639
WeespG615
WeespG621

Bouwstijlen

HoofdstijlSubstijlZuiverheidToelichting
n.v.t.onbepaald
Wilt u ons helpen?
Wij willen meer kennis delen over rijksmonumenten. Wilt u ons hierbij helpen door maximaal vijf korte vragen te beantwoorden?
Ja, ik help graag mee