Actualiteit gegevens: 23-12-2017

Monumentgegevens

Monumentnummer
Het monumentnummer is een registergegeven
514725
Complexnummer: 
514724 - Makken
Status: 
rijksmonument
Inschrijving register
Inschrijving register is een registergegeven
16 december 1999
Kadaster deel/nr: 
14760/27
Internationaal Kenteken: 
Nee

Locatie

Provincie
Provincie is een registergegeven
Noord-Brabant
Gemeente
Gemeente is een registergegeven
Boxmeer
Woonplaats
Woonplaats is een registergegeven
Holthees
X-Y coördinaat: 
197600 - 399516

Omschrijving
De rijksmonumentomschrijving is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument

Inleiding

Het kasteelterrein wordt in twee ongeveer gelijke delen verdeeld door de oost-west getraceerde, resterende zuidelijke helft van de voormalige VOORBURCHT van kasteel Makken. De eenlaags voorburcht onder langgerekt zadeldak is gemetseld in baksteen en heeft gedeeltelijk karakteristieke speklagen in mergelsteen. Waarschijnlijk dateert het gebouw in de kern uit de late vijftiende eeuw en is het verbouwd en uitgebreid omstreeks het midden van de zeventiende eeuw. De tekeningen (1737-'39) van Jan de Beijer geven geen eenduidig beeld van dit deel van het kasteel. De oorspronkelijke functies van alle delen van de voorburcht zijn niet bekend. Mogelijk was hier een deel van de stallen ondergebracht, maar de aanwezigheid van zeventiende-eeuwse sleutelstukken, alsmede van de forse schouw duiden op een meer representatieve functie. De zolder is van oudsher, getuige ook het formidabele hijsrad, gebruikt voor de opslag van goederen. Sedert de tweede helft van de achttiende eeuw is de voorburcht uitsluitend voor agrarische doeleinden gebruikt. In de huidige situatie duiden de aanwezigheid van boxen, voederbakken en dergelijke nog op dit gebruik.

Beschrijving

De voorburcht heeft een langgerekte oost-west getraceerde plattegrond (ca. 40.5 x 8.3 meter), telt één bouwlaag plus kapverdieping en wordt gedekt door een zadeldak met oud-Hollandse pannen. Feitelijk bestaat het gebouw uit twee delen, variërend in ouderdom. Het oostelijke deel, aan het exterieur te herkennen aan de speklagen in het metselwerk, dateert waarschijnlijk uit de late vijftiende (mogelijk vroege zestiende-) eeuw en meet globaal 27.5 x 8.3 meter. Tegen de zuidwestelijke hoek staat een uitspringende (2.7 x 3.65 meter) toren, die ter hoogte van de dakschilden van het gebouw (na 1751) is afgeknot. Ook deze toren, voorzien van een gemetselde wenteltrap met troggewelven, is zoals de buitengevels voorzien van speklagen. De voormalige westelijke eindgevel heeft eveneens deze ornamentatie en wordt thans door de westelijke aanbouw (XVIIb-c) aan het oog onttrokken. De gevels zijn gemetseld in een fors formaat kloostermop (27 x 6 x 13 cm). De speklagen zijn gedeeltelijk in slechte, uitgespoelde staat. Het metselwerk van de, later door de uitbreiding afgedekte, westelijke eindgevel is in zeer goede staat. In de speklagen staan vele, goeddeels eeuwenoude inscripties met namen gekerfd. Vooral de 30.2 meter lange zuidelijke buitengevel, die overeenkomstig de andere gevels in kloostermop een dikte heeft van ca. 65 cm, biedt de oorspronkelijke, gesloten aanblik. Blijkens tekeningen (1737-'39) van Jan de Beijer heeft de oostelijke eindgevel een trapgevel gehad. De huidige topgevel is slordig gemetseld in afwijkende, hergebruikte steen en dateert waarschijnlijk uit de tweede helft van de negentiende eeuw. Blijkens één van deze tekeningen heeft zich ter plaatse van de thans op de kapverdieping zichtbare negentiende-eeuwse tussenmuur een door het dakvlak stekende eindgevel bevonden, die eveneens was voorzien van een trapgevel. Tegen de westelijke zijde is het gebouw omstreeks het midden van de zeventiende eeuw uitgebreid (12.9 x 8.3 meter), waarbij oudere bakstenen zijn gebruikt, die wat formaat betreft overeenkomen met die in het oudere muurwerk van de voorburcht. Ook de hoogte van de gevel, alsmede de hoogte en helling van kap zijn aan de oude maatvoering aangepast. De noordelijke gevel van dit bouwdeel (aan de zijde van de voormalige binnenplaats) is voorzien van een drietal inrijpoorten. Mogelijk duidt de aanwezigheid van een hardstenen zuil tussen twee van de doorrij-openingen op de oorspronkelijke situatie van alle openingen. De slechte staat van de resterende zuil zal verklaren waarom de overige, eveneens overbelaste zuilen zijn vervangen door de huidige slordig gemetselde pijlers (XIX ?). In de zuidelijke achtergevel van dit deel van de voorburcht bevindt zich de thans dichtgezette getoogde doorrijpoort naar de voormalige brug over de aldaar gesitueerde gracht. In de buitengevel is ter plaatse ook de moet van het door Jan de Beijer getekende aanbouwtje te zien. De op deze tekening zichtbare gevel met in- en uitzwenkend rolwerk is, waarschijnlijk sedert de negentiende eeuw, vervangen door een eenvoudige topgevel in afwijkende steen. De kappen dateren uit de zeventiende eeuw. Boven het oudste deel van de voorburcht betreft het een viertal eiken spanten, bestaande uit een dekbalkjuk met krommers en korbelen, waarop een driehoekspant met spantbalk, waarvan de gekruisde spantbenen de nokgording dragen. De stapelspanten zijn van oost naar west met de guts (.-..-...-....) genummerd. Tussen dit deel en de toren (bij de verdwenen doorstekende trapgevel) staat een tweetal grenen spanten, mogelijk daterend uit de negentiende eeuw. Het is mogelijk dat ten gevolge van een brand torenspits en trapgevel, alsmede dit deel van de oudere zeventiende-eeuwse kap, verdwenen zijn. Het zeventiende-eeuwse westelijke bouwdeel heeft de oorspronkelijke kappen (waarschijnlijk XVIIb-c) behouden. De drie eiken spanten hebben gehakte telmerken (I-II-III) en bestaan elk uit een dekbalkjuk met korbelen, waarop een dekbalkstandjuk en geschoorde nokstijl. In het interieur van het oudste deel van de voorburcht is nog een aantal belangrijke elementen gehandhaafd. Allereerst heeft de oostelijke driekwart van dit bouwdeel een zeventiende-eeuwse balklaag met een achttal geprofileerde sleutelstukken (met gegutst andreaskruis en geriemde kralen) behouden. Daarnaast bevindt zich tegen de oostelijke eindgevel het restant van gemetselde schouwboezem. Op de kapverdieping bevindt zich tussen het tweede en derde gebint een hijswerk, voorzien van een houten windrad.

Waardering

Het object heeft architectuurhistorische waarden: het is van belang voor de geschiedenis van de architectuur en de bouwtechniek; het is van belang wegens het bijzondere materiaalgebruik; ensemblewaarden: het object heeft een bijzondere betekenis wegens de situering, verbonden met de ontwikkeling van de streek; het heeft belang wegens de hoogwaardige kwaliteit van de bebouwing en de historisch-ruimtelijke relatie met groenvoorzieningen, wegen, wateren en bodemgesteldheid; zeldzaamheid: het complex is deels van belang wegens de architectuurhistorische en typologische zeldzaamheid.

Adressen
Straatnaam, Huisnummer, Postcode en Woonplaats zijn registergegevens

HoofdadresStraatNrToev.PostcodeSitueringLocatieWoonplaats
JaMakkenweg15824 AKHolthees

Oorspronkelijke functies

HoofdfunctieFunctiesoortHoofdcategorieSubcategorieFunctieVerbijzonderToelichting
Jaoorspronkelijke functieKastelen, landhuizen en parkenBijgebouwen kastelen enz.Bijgebouw

Percelen
De naam van de kadastrale gemeente, de sectie en het perceelnummer zijn registergegevens

Kadastrale gemeenteSectieGrondperceelKad. objectAppartement
VIERLINGSBEEKG232

Bouwstijlen

HoofdstijlSubstijlZuiverheidToelichting
n.v.t.niet van toepassing